Loon- en prijspeil
Jaarlijks stijgen personele en materiële uitgaven met de loon- en prijsindex. Grotendeels worden gemeenten hiervoor gecompenseerd via een hogere uitkering uit het gemeentefonds. Om de gemeentelijke organisatie financieel gezond te houden is het zaak rekening te houden met de prijsontwikkeling bij het opstellen van een nieuwe begroting. De bestendige gedragslijn van de afgelopen jaren is de financiële effecten van de loon- en prijsontwikkelingen mee te nemen in de kadernota. In de kaderbrief is daarom rekening gehouden met het financiële effect van het verschuiven van prijspeil 2022 naar dat van 2023. Om het effect hiervan voor de gemeentelijke budgetten te kunnen bepalen zijn de gemeentelijke budgetten geïndexeerd. Bij het indexeren is gekeken naar de aard van de budgetten. Daarbij zijn de volgende index-percentages toegepast:
Index | 2023 |
---|---|
Loonindex | 2,20% |
Prijsindex | 7,00% |
Subsidie-index | 3,80% |
Index Gemeenschappelijke regelingen | 2,30% |
Tariefindex | 6,16% |
Huurindex | 7,00% |
VNG-bouwindex (scholen) | 3,16% |
De gemeente hanteert voor de bepaling van de indexcijfers al jaren dezelfde systematiek. De indexpercentages, afgezien van de bouwindex, zijn gebaseerd zijn op de percentages die zijn opgenomen in de macro-economische verkenningen van het najaar, in dit geval dat van 2021. Deze worden landelijk gehanteerd en vormen mede de basis voor de bepaling van de hoogte van het gemeentefonds.
De bouwindex is gebaseerd op het getal dat de VNG hiervoor jaarlijks in december over het eerstvolgende jaar publiceert (betreft dus indexcijfer 2022 die we als raming nemen voor prijspeil 2023). Het is het prijsindexcijfer van de bouwkosten (CBS) van nieuwe woningen, gecorrigeerd voor de ontwikkeling van de groei in bruto investeringen, door bedrijven in de bouw van woningen (MEV). Het ophogen van kredieten naar prijspeil 2023 leidt vaak pas later tot extra kosten in de gemeentelijke exploitatiebegroting omdat de kapitaallasten van de betreffende kredieten dan pas gaan lopen.
Aantal inwoners en woonruimten
Naast loon- en prijsontwikkelingen wordt de gemeentelijke dienstverlening beïnvloed door de ontwikkeling van het areaal en de demografische ontwikkeling. De beschikbare woningvoorraad bepaalt deze in belangrijke mate. Hoe meer woningen en mensen er in de gemeente wonen, hoe meer beroep er gedaan wordt op de gemeentelijke voorzieningen en dienstverlening. In deze kaderbrief is daarbij uitgegaan van onderstaande kerngegevens. De basis hiervoor vormt de werkelijke woningvoorraad per 1-1-2022 en de geactualiseerde woningprognose o.b.v. diverse bouwplannen in de gemeente.
Jaar | Aantal woningen per 1-1 | Aantal Inwoners per 1-1 |
---|---|---|
2022 | 37.065 | 76.660 |
2023 | 37.525 | 77.610 |
2024 | 37.653 | 77.880 |
2025 | 38.473 | 79.570 |
2026 | 39.021 | 80.710 |